Koolhydraten en de bloedsuikerspiegel

De bloedsuikerspiegel wisselt gedurende de dag. De bloedsuikerspiegel is op het laagst aan het begin van de dag als je net wakker bent. Hierdoor hebben veel mensen honger als ze wakker worden. De bloedsuikerspiegel is een uur na een maaltijd met koolhydraten het hoogst. In het daaropvolgende uur daalt de bloedsuikerspiegel weer naar het standaard niveau. Na de maaltijd, wanneer de bloedsuikerspiegel op het hoogst is, maakt de alvleesklier meer insuline aan. Om hoge pieken in de bloedsuikerspiegel te voorkomen kun je vaker eten maar kleinere maaltijden. Je blijft langer vol en je hebt over het algemeen minder honger doordat je vaker eet. Als je honger hebt hoef je dan ook niet zo lang te wachten op de volgende maaltijd.

De rol van koolhydraten

Koolhydraten bestaan uit suiker, zetmeel en vezels. De vezels worden niet verteerd maar de rest wel. Koolhydraten komen het lichaam binnen door voeding. Als koolhydraten eenmaal in het lichaam zijn dan worden deze verteerd en omgezet in glucose. Glucose is een suiker dat het lichaam nodig heeft voor energie. De glucose komt vervolgens in het bloed terecht. Hierdoor begint de bloedsuikerspiegel te stijgen doordat er meer glucose in het bloed terecht is gekomen. Deze stijging blijft tot een uur doorgaan waarna het weer begint te dalen. Bij koolhydraten gaat het er vooral om hoe snel deze worden afgebroken tot glucose. Hoe sneller ze worden afgebroken, hoe meer invloed het heeft op het bloedsuikergehalte.

Glycemische index

Aan de hand van de glycemische index kan bekeken worden hoe snel het product verteerd wordt tot glucose. De glycemische index is een maat dat aangeeft hoe snel koolhydraten worden verteerd in de darm en vervolgens in het bloed worden opgenomen. Producten zoals snoep en limonade hebben een hoge waarde en worden snel verteerd. Het bloedsuikergehalte stijgt snel maar daalt ook snel waardoor je snel weer honger hebt. Producten zoals bruine rijst en volkorenbrood hebben een lage waarde en laten het bloedsuikergehalte maar weinig stijgen. Hierdoor heb je minder snel honger. Probeer zoveel mogelijk koolhydraten die langzaam verteerd worden te eten en minder koolhydraten die snel afgebroken worden.

Insuline en de bloedsuikerspiegel

Een daling van de bloedsuikerspiegel komt door het hormoon insuline. Dit hormoon wordt in de alvleesklier aangemaakt. De insuline zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel niet te hoog wordt. De cellen kunnen door insuline de glucose opnemen. Doordat de cellen glucose opnemen wordt de bloedsuikerspiegel lager. Er is dan immers minder glucose in het bloed. Insuline doet hetzelfde voor aminozuren en vetten als dat het voor glucose doet. Het laat de vetten eveneens tot de cellen toe waardoor een verhoging van het insuline niveau ook leidt tot meer opslag van vetten. De combinatie van aminozuren en koolhydraten samen zorgt voor een grotere aanmaak van insuline. Andere factoren die invloed hebben op de productie van insuline zijn de hoeveelheid koolhydraten dat gegeten wordt, de tijd tussen maaltijden, het aantal maaltijden, de fitheid van de persoon en of er sprake is van overconsumptie van koolhydraten. Door koolhydraten in het eetpatroon te verminderen wordt het insulineniveau verminderd. Met minder insuline wordt er minder vet opgeslagen. Dit is vooral van toepassing op personen die teveel koolhydraten eten. Koolhydraatarme diëten zijn op dit gegeven gebaseerd.

Glucagon en de bloedsuikerspiegel

De daling van de bloedsuikerspiegel kan niet te lang doorgaan. Een te laag bloedsuikergehalte is ook niet goed. Het lichaam zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel steeds naar een goed niveau gaat. Als de bloedsuikerspiegel te laag wordt dan wordt het hormoon glucagon gebruikt. Dit hormoon zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel weer gaat stijgen als het te laag is.

Laag bloedsuikergehalte

De symptomen van een laag bloedsuikergehalte zijn voor veel mensen herkenbaar. Als je een maaltijd hebt gemist en er teveel tijd tussen de maaltijden zit dan merk je de gevolgen van een laag bloedsuikergehalte. Veel voorkomende symptomen zijn hoofdpijn, zwak voelen, trillerig, duizeligheid en geïrriteerdheid. Als de bloedsuikerspiegel te laag is, dan verlangt het lichaam naar eten. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen de controle dan kwijtraken over het eten. Men wil dan zo snel mogelijk iets eten met veel suikers of veel calorieën. Dit zijn bijvoorbeeld snoep, chocolade of junk food. Als je dit vervolgens eet dan ontstaat er een grote piek in de bloedsuikerspiegel. Daarna daalt de bloedsuikerspiegel weer snel waarna je je vermoeid voelt.

Geen koolhydraten

Wanneer er geen koolhydraten gegeten worden blijft de bloedsuikerspiegel laag. Het lichaam krijgt geen brandstof in de vorm van glucose. Als het glycogeen gehalte in de lever laag wordt doordat er geen glucose in het lichaam komt start een metabool proces dat ketose wordt genoemd. Ketose betekent dat er zich een bepaalde hoeveelheid ketonen in het bloed bevindt. Als het lichaam geen glucose wordt toegediend gaat het over tot het verbranden van vet. Bij de verbranding van vet ontstaan ketonen als afbraakproduct die in het bloed terechtkomen. Deze ketonen worden dan gebruikt voor energie door bepaalde organen.

2 Replies to “Koolhydraten en de bloedsuikerspiegel”

  1. e.meijer

    ik ben al 27 jaar diabeet altijd ontregeld en te hoog . ik doe nu een jaar koolhydraat arm eten en spuit nog maar 25 eenheden lantis. ,maar snachts loopt het nog steeds op ,ik begrijp er niets van .

    Reageer
    1. Van Troys A

      Komt dit waarschijnlijk door het Dawn syndroom…de lever maakt s nachts glucose aan om een dalende suikerspiegel tegen te gaan,maar overdrijft hierin.Bij mij leid een lage suikerspiegel s avonds tot een hoge waarde s morgens.

      Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *